donderdag 28 maart 2013

De tempel van Bangli en Pengelipuran.

's Morgens worden we verwend met een heerlijk ontbijt.
Diverse potjes eigengemaakte jam met een lepeltje erin, lekker brood, eitje, kopje koffie, helemaal goed!  We zijn de enige gasten in dit hotel en we hebben niet de indruk dat hier veel gasten komen.
Het hotel is tegen de bergwand gebouwd en op diverse terrassen zijn zalen.
Buiten staat een enorme hoeveelheid parasols.
We krijgen de indruk dat het meer een complex voor bruiloften en partijen is.
Maar wat doet het er toe?  Men is blij met onze komst en wij met de prachtige kamer.
Wel een beetje vreemd dat in onze nieuwe kamer die nog ruikt naar de verf geen wastafel is.
Je moet je tanden dus poetsen onder de kraan van de douche, wel een hele mooie kraan zoals alles hier heel mooi, degelijk en nieuw is maar toch vreemd.   
We hopen niet dat ze in de andere kamers de wastafels ook vergeten zijn.
Zo zonde van het tegelwerk als je alles weer moet slopen.

In de vroege ochtend rijden we, uitbundig nagezwaaid door het gezin van de waard richting de tempel van Bangli.  We hadden het kunnen lopen maar hebben liever de helling eerst genomen.  Toch altijd maar weer even afwachten of we het halen.  974 cc is weinig, daar kan ik nu over meepraten.
Bij het hotel staat een wat steviger uitziende jeep met allemaal vaten dus Pim heeft al bedacht dat we in ieder geval boven komen. Hetzij op eigen kracht, hetzij getrokken door de vatenjeep.
Maar op eigen kracht komen we hijgend boven.  Gelukkig!
Nu naar de tempel.

Eerst nog het dorp door.
Bangli is eigenlijk wel een grote stad,  30.000 inwoners. Vroeger het middelpunt van een uit de Gelgeldynastie voortgekomen koninkrjk.  Het ligt op een hoogte van 500 meter.  Oef, oef!
De bewoners van Bangli zijn er trots op dat ze Pura Kehen, één van de negen staatstempels binnen hun stadsgrenzen hebben.  Het uitgestrekte tempelcomplex ligt verspreid over meerdere terrassen op de flanken van de Bukit Bangli.  Grillige stenen figuren omzomen de opgang van de trap die naar de hoofdpoort voert.  Het heiligdom dateert uit de elfde eeuw. boven het portaal verspert de muil van een kala-kop  de kwaadwillige onderwereldwezens de toegang.
In de buitenste tempelvoorhof staat een enorme banyanboom met grote kulkul trommels tussen de takken.

In de bakstenen muren zijn kostbare porseleinen Chinese borden ingemetseld.
Een met beelden overladen poort voert naar de tweede hof waar vroeger de kroningsceremonies voor de heersers van Bangli plaatsvonden.  Het optische hoogtepunt van het tempelcomplex vormt een elf verdiepingen hoge mera in het allerheiligste van het bovenste terras.
Hier wordt de hindoe god Shiva vereerd.
Net als in alle Balinese tempels zijn in de Pura Kehen naast de tempelgodheid ook andere goden vertegenwoordigd.
Een rijk versierde lotustroon in het binnenste tempelcomplex is gewijd aan de hindoeïstische drie-eenheid Brahma-Vishnu-Shiva.
Op de top van de Bukit Bangli staan nog drie kleine tempels. Een half uur wandelen omhoog, te veel voor ons.
Die hebben we dus gemist!

We drinken na afloop een kop koffie, ook een juice en rijden dan 6 km. verder naar Pengelipuran dat zichzelf  Dessa Tradisional noemt.
We hadden gelezen over de bouwwijze van een traditionaal dorp en wilden dit graag met eigen ogen aanschouwen.
Afrikanen, mam, als een boom, had je moeten zien

Een Balinees dorp bestaat niet uit een willekeurige verzameling boerderijen en huizen maar is ingedeeld volgens strenge principes.
Alle dorpen zijn opgezet en gebouwd volgens de kosmische ordening.
Dat betekent dat men bij de planning rekening houdt met een denkbeeldige as die loopt tussen de zee, het rijk van de demonen, de onderwereld en de bergen, het rijk van de goden, de bovenwereld.
eenvoudige offerplaatsen
De hoofdstraat loopt van de kant van de zee in de richting van de bergen en wordt in een rechte hoek gekruist door smalle straten.
Pengelipuran is volgens deze kosmische ordening in drie zones verdeeld. In elk van deze zones staat een tempel die met de betekenis van de zone overeenstemt.  Bezoekers betreden het dop vanuit een zijstraat die ongeveer in het centrum van het dorp op de hoofdstraat uitkomt.  Ga je naar rechts dan kom je in het bovendorp, het deel naar de bergen gekeerd.
Hier staat de oorsprongstempel, de Pura Puseh, gewijd aan de scheppende god Brahma en de vergoddelijkte voorouders.
Sla je linksaf dan kom je op een groot plein met rondom gebouwen.
De belangrijkste gebouwen zijn de Pura Desa, de dorpstempel gewijd aan de wereldbeschermer Vishnu en de gemeenschapshal, de Bale Agung.  Wij zouden dit het dorpshuis noemen.
Voorbij de laatste binnenhof, in de richting van de zee, ligt de dodentempel, Pura Dalem.

Dit is de verblijfplaats van Durga, godin van de dood. Niet ver hier vandaan is de begrafenis-  en verbrandingsplaats, die met name
's nachts door alle dorpelingen wordt gemeden.
Aan de hoofdstraat liggen de woonerven van de families waar je hartelijk welkom bent om een kijkje te nemen.  Wat opvalt is dat hier overal prullenbakken staan langs de kant van de weg en dat je ook geen papierje op de grond vind.  Tradisional kan dus ook heel schoon zijn.
Na ons bezoek rijden we verder richting Daun Batur, het Baturmeer.  De verhuurder van de auto had ons gewaarschuwd hier niet te stoppen. De bevolking zou je banden lek steken of naalden op de weg leggen en dan voor veel geld de boel repareren. Ze had verscheidenen klanten met deze klacht gehad en waarschuwde ons al van te voren dat deze schade niet verhaalbaar was op haar.
Natuurlijk stopten we bij het meer om te genieten van de prachtige kraters en het vulkaanlandschap.  Maar we parkeerden de Jimmy toch zodanig dat we al etende een oogje op de wagen konden houden.
Lake Batur is prachtig, aanrader voor wandelaars.
Niet voor ons dit keer, wij moesten onze auto inleveren om 18.00uur.
Rechtstreeks reden we door naar Lovina.

Jimmy, leuke auto om te zien.
Geef mij maar een Toyota Yaris, of een andere Susuki.
Eens en voor altijd genezen van een jeep!

woensdag 27 maart 2013

Van Tulamben naar Jasi en Bangli,.

Vanaf Culik rijden we naar Amed en daar volgen we de meest oostelijke kustweg.
Bergie op, bergie af, je snapt het, herhaaldelijk eruit.
Onze Jimmy heeft slechts 974 cc, lezen we nu in de papieren en is bovendien 19 jaar oud.
Nu snappen we dat hij er moeite mee heeft de hellingen te nemen.
Lukt het niet in één keer dan Jimmy met Pim achter het stuur achteruit de helling af.
Beneden gassen voor een aanloop en duimen, bidden, hopen dat je in zijn één naar boven komt.
Dat lukte gelukkig steeds.

En als je het voor de vierde keer doet is er al niet zo veel engs meer aan.
Het is een slechte weg, veel kuilen en gaten.
Ook vanaf deze kustweg zijn de uitzichten geweldig.
Je passeert veel kleine, eenvoudige dorpjes waar het leven zich rond het huis afspeelt.
Vader hangt op zijn bale, moeder doet de was, de kinderen lopen rond en spelen met wat zich voordoet.  Veel warungs waar ieder iets probeert te verkopen.
Duidelijk een van de armere gebieden van Bali.
De nacht brengen we in Jasi door in een hotel aan zee.

De volgende dag rijden we via Amlapura waar we het koninklijk paleis bezoeken naar Candidasa.
We waren hier enkele jaren geleden en besluiten nog eens een kijkje te nemen op het resort wat toen werd gebouwd.
Na enig zoeken vonden we de plek.  Bugbug is de naam van het dorpje.
Het resort is door een nieuwe eigenaar afgebouwd en ziet er goed uit.
Het zwembad is bijna klaar en er is nog plek voor vier huizen.

Na Bugbug rijden we naar White Beach, een kleine baai met prachtig wit strand even verder dan Bugbug. Heerlijk lunchen net als toen met verse vis van de bbq.


De volgende dag bezoeken we het havenstadje Padangbai waar we ooit op kerstavond met de boot van Cor en Olga lagen op weg naar de Gili's.
En waar we Cors 65e verjaardag vierden in de Blue Lagoon.
Aan de westkant van de baai ligt een moderne veerhaven.
Regelmatig vertrekken hier de veerboten naar het buureiland Lombok.

En we bezoeken Goa Lawah,  de vleermuizentempel.
Dit stinkende heiligdom wordt tot de negen belangrijkste staatstempels gerekend.
In de grot huizen duizenden vleermuizen die als heilig worden beschouwd.
De gelovigen komen naar de tempelgrot om eerbied te betuigen aan twee mythologische slangen.
Twee stenen tronen zijn gewijd aan Sanghyaang Basuki, de Heer van de slangen en de wereldslang Antaboga.
Volgens de gelovigen strekt het grottenstelsel zich uit tot aan de 20 km. verder gelegen Pura Besakih aan de voet van de Gunung Agung, waardoor er een verbinding tot stand komt tussen de kosmische tegenpolen berg en zee, of ook wel boven- en onderwereld.


Klungkung rijden we voorbij, eind van de middag komen we aan in Bangli waar we overnachten.
Er is geen restaurant.
Maar niet getreurd, de dochters brengen ons achter op de motor naar een soort Chinese take away waar we van alles uitzoeken. Ik kies voor vijf soorten kip.
Thuis gekomen serveren zij alles netjes op borden in de bale.
Zelfs voor een Bintang wordt gezorgd.
We hebben een leuke avond.





Toeren langs de Oost.

Vorige week besloten we de Oostkust van Bali eens beter te gaan verkennen.
We huurden een auto voor vier dagen.
En niet zo maar een autootje,  nee, een Susuki Jimmy.          
Dat is een kleine, eenvoudige jeep, in mijn ogen heel geschikt voor de tropen.
Ik vind het een leuke auto om te zien, zeker in het zwart.
We waren blij dat de gelegenheid zich voordeed enkele dagen in zo'n jeepje  rond te kunnen rijden.

Dat genoegen verging snel.
Het begon met het feit dat de verhuurder vergeten was dat we de auto gehuurd hadden en hem dus niet afleverde op vrijdagmorgen.
Echter, na wat telefoontjes:  de volgende morgen was hij er echt.
Och, denk je dan, één dag op vijf maanden, waar hebben we het over?

Maar we waren nog nauwelijks de hoek om of Pim begon al te mopperen over het zicht.
"Ik zie niets in deze auto, het stuur zit voor alle meters."
En ik stootte mijn hoofd tegen het dak hier op het pad.
De stoelen waren een soort matjes in stangen. 
De jeep stuurde zwaar volgens echtgenoot.
Dit kwam omdat hij niet over stuurbekrachtiging beschikte, ook weer volgens echtgenoot.
Ik heb van auto's geen verstand en ook geen zin me erin te verdiepen.
Mijn interesse in auto's gaat niet verder dan   'doet ie het of doe ie het niet?'

Alles went dus ook een Jimmy.
Na enkele uren weet je niet beter.
De tocht voerde ons eerst naar Sangsit, een plaatsje ietsje voorbij Singaradja.
Daar staat de Pura Beji, de tempel van de subak.
De Subak is de vereniging die verantwoordelijk is voor de irrigatie van de rijstvelden.
Een soort waterschap zou je kunnen zeggen.
De tempel is gewijd aan Dewi Sri, de rijst- en vruchtbaarheidskoningin.           
Qua bouwstijl is het een vrij drukke tempel, men noemt die stijl wel Bulelengbarok.
Buleleng is de naam van de provincie in het Noorden van Bali.
Na Kubutambahan volgt de weg de kust en word je getrakteerd op prachtige vergezichten over de Bali Zee. De groene rijstvelden maken plaats voor een steppeachtig landschap waarin de uitbarsting van de Agung in 1963 zijn sporen heeft nagelaten. Tot aan de dunbevolkte kuststrook lopen vele lavavelden.
Na een heerlijke lunch in een prachtig resort net voor Tulamben, ik dacht Blue Ocean of zo iets, komen we vroeg in de middag aan in Tulamben.  We hebben daar een hotel geboekt voor twee nachten omdat we de volgende dag willen snorkelen.  Tulamben is een van de Balinese topbestemmingen voor liefhebbers van de onderwaterwereld.  De stranden zijn niet echt geweldig maar net voor de kust ligt de Jemeluk Sea Garden. In de reisgidsen staat dat je hier koraaltuinen vindt en bovendien is er het wrak van het Amerikaanse koopvaardijschip Liberty dat in de Tweede Wereldoorlog slechts 100 meter voor de kust door de Japanners tot zinken werd gebracht. Alle snorkelplaatsen liggen vlak voor de kust en zijn zonder boot bereikbaar.  Dat is ook fijn!
zeg nou zelf: met zo'n uitzicht vergeet je toch te eten?
Vandaag staat er een straffe wind, dus hoge golven en we besluiten na het stallen van onze bagage nog even door te rijden naar het vissersdorp Amed.   

Daarvoor gaan we bij Culik richting de kust.
Iets verderop slingert de smalle weg om de dode vulkaan gunung Seraya.
De panorama's zijn adembenemend maar ons jeepje ook.
Halverwege een helling staan we in de eerste versnelling stil en komen niet verder omhoog.
Wat te doen?   Achteruit naar beneden en dan een aanloop nemen is Pims oplossing.
Ik eruit, achter de auto uit de helling af, verkeer een beetje tegenhouden en waarschuwen.
Op plat vlak weer snel in de auto, flink gas en ja hoor, we komen boven.

Hoewel ik net daarvoor had opgemerkt dat de jeep ons eigenlijk heel leuk stond vond ik hem na enkele hellingen onbetrouwbaar.  Halen we het of halen we het niet?
Geen prettige gedachte op een smalle weg.
We liepen wat rond in Amed en gingen toen terug naar Tulamben.
's Avonds heerlijk aan zee gegeten.  Verse vis vanzelfsprekend!

De volgende ochtend waren de golven ietsje lager maar toch nog flink.
Wij ook, dus de zee in.
Altjd weer heerlijk om te zwemmen in dat warme water. 
We hebben vrij lang gesnorkeld, heel veel prachtige vissen gezien maar weinig koraal.
Ook het wrak hebben we niet gevonden.
Het ligt op een diepte van 16 meter en door de golfslag was het zicht beperkt.
Het was nog een hele toer om weer uit het water te komen.
Ik spoelde steeds weer terug de zee in.
Gelukkig kwamen er twee sterke vissers die me een arm gaven en uit het water hielpen.
De volgende ochtend na het ontbijt verder richting Candidasa.





maandag 11 maart 2013

Ogoh, ogoh en Nyepi.

Nyepi:
geen auto, geen werk, geen eten, geen geluid, geen lampen aan en geen sex.

Nyepi is de Dag van de Stilte en valt dit jaar op 12 maart, morgen dus.
Het is één van de belangrijkste feesten op Bali en we verheugen ons het morgen mee te maken. Het feest vindt jaarlijks plaats op de eerste dag van de Saka-kalender, de maankalender van de Hindoes. 
Het is dus eigenlijk nieuwjaarsdag op de Hindoe kalender, specifiek gevierd hier op Bali en gerespecteerd door vriend en vijand.  Zelfs de muessin van de Moskee die normaliter vijf keer per dag oproept tot gebed, de zgn azan, zal niet gaan zingen.     
                                                                                                       
De dag voor Nyepi, vandaag dus wordt Ogoh-Ogoh gevierd.  Het is gebruikelijk die dag juist veel lawaai te maken met bamboekanonnen, potten en pannen
De straten zijn gevuld met gigantische van papier-mache gemaakte op bamboe draagrekken getimmerde monsters die de boze geesten moeten weren.             
brief van de kepala dessa
Deze enorm grote poppen noemt men ogoh-ogoh.                                            
                           
Elke wijk maakt zijn eigen pop en voert een 30 minuten durende show op voor een jury want het is ook een wedstrijd.
De poppen zijn vaak beeltenissen van de Hindoe Goden.
Met felle kleuren, enorme slagtanden, grote uitpuilende ogen en heel veel haar symboliseren zij de boze geesten die verwijderd moeten worden van het eiland.  Dit met het oog op vrede en harmonie op Bali voor het komende nieuwe jaar. In de Ogoh-Ogoh processie aan het eind van de middag worden de grote poppen rondgedragen door  de straten van het dorp.  Voorop lopen de kinderen met hun eigen monster.  In onze wijk is dat Haneman, de apenkoning, vertelde Putu, de tuinman. Zijn zoon van zes is drager, een hele eer. De kinderen worden gevolgd door andere ogoh-ogohs en een luidruchtig orkest. 

We zagen de afgelopen week dat in de omringende dorpen poppen werden gemaakt.
's Middags toerden we met de brommer door diverste omringende dorpen.
Overal werden we onthaald om de pop van de wijk te bewonderen.
We stonden versteld van het kunstzinnige gehalte van de poppen.
Je moet toch echt wel wat in je mars hebben om zoiets te kunen maken.
Wat we hier vaak zien is meer van hetzelfde maar deze monsters waren alle anders.

Op een gegeven moment, bij ons in het dorp om vijf uur verzamelen de dragers zich en wordt de stoet gevormd. De optocht trekt eerst door het dorp maakt bij iedere kruising rondtrekkende bewegingen om de geesten die volgen in de war te brengen.  Vervolgens gaat het naar het strand waar de ogoh-ogohs in de brand worden gestoken tot grote vreugde van de toeschouwers.  Voorafgaand is er op het strand een grote offer ceremonie aan de geesten van de onderwereld die immers in de zee leven.
De verdere avond en nacht wordt er luidruchtig en uitbundig feest gevierd.

Twee dagen voor Nyepi is Melasti, een processie van de Hindoe-gelovigen waarop ze de tempelbeeltenissen naar het strand brengen voor reiniging.
Daar hebben we niets van gemerkt.                                          

De dag na Ogoh-Ogoh is het Nyepi.                                      
Om precies te zijn van 6 uur 's ochtends tot de volgende dag 6 uur.
Op deze dag van absolute stilte en donkerte mag je geen activiteiten ondernemen. Er wordt geen vuur aangestoken, geen water gekookt, ook geen eten. Er wordt niet gewerkt en er is geen verkeer op straat, er wordt niet op motoren, brommers en in auto's gereden.
Ook geen mensen op straat en geen amusement. 
Verder wordt toeristen de toegang tot het eiland Bali ontzegd want het vliegveld is gesloten. Van aanwezige toeristen wordt verwacht dat zij zich ingetogen gedragen en binnen blijven in het hotel.  Ook alle winkels, banken en andere instellingen zijn gesloten en op straat blijven 's nachts de lichten uit. Er is geen verkeer.  De mensen moeten binnen blijven om te vasten en te mediteren.

De kepala dessa, de burgemeester van onze wijk is bij ons op bezoek geweest en heeft ons gevraagd 's avonds binnen eventueel  één lamp aan te houden die geen licht naar buiten straalt.
Dit om te voorkomen dat we dwalende geesten aantrekken.
Ook mogen we ons niet op straat begeven.
We kregen een  papier met uitleg.  We kunnen het helaas niet lezen.

Onze kokkie vertelde dat ze maandag en dinsdag helaas niet kon komen werken. Ze moest heel veel eten koken voor Nyepi.  Hoezo veel eten, vroegen wij. Je moet toch vasten en mediteren?   Ach, zei ze, wat moet je anders doen als je de hele dag binnen moet blijven?
Iedereen slaat heel veel in.  Er zijn nog wel mensen die vasten, mediteren maar dat zijn er niet veel.  Heel soms zijn er ook nog mensen die de hele dag niet praten, hun mond houden wat eigenlijk de bedoeling is.  Maar tegenwoordig doen we dat niet meer.

De stilte en het niet gebruiken van licht en lamp op nyepi is om de boze geeesten, die toch nog overvliegen in de waan te brengen dat er op Bali geen mensen zijn.
De boze geesten hoeven dus niet op het eiland te komen want wat je niet ziet en niet hoort, is er niet.
En zo is het!

Wij stonden om een uur of vijf te wachten op de optocht.
Helaas was hij al eerder vertrokken, gemist dus.
Vijf uur?  och,  jam karet, uur van elastiek, van rubber!
We hebben nog een uurtje gewacht maar om een uur of zes wandelden we naar restaurant Tropis waar Peter en Sollan een tafel hadden gereserveerd.  Hier wachten we onder het genot van een seafood platter met Bintang de optocht af.  Dat was wel zo gerieflijk!  Zij kwamen vanaf de dolfijnen langs het strand.
Bij ons draaiden ze voor het laatst enkele rondjes om de geesten te verwarren en brachten hun monster daarna naar de cemetary om te verbranden.                                                                                                      
Na een stevig optreden van het orkest met heel veel geluid werden de poppen verbrand.
Wij genoten vanaf onze plek eerste rang.                                                          
Het feest duurde nog tot in de late uurjtes.



Vandaag is het heel stil.
Zo stil dat je alleen de vogels hoort.
Lekker is dat wel!
Pim heeft de pomp van het zwembad ook maar uitgedaan.
We zitten stiekem wel buiten maar praten zachtjes in onze ommuurde tuin.
Niemand kan ons zien.
Zo meteen gaan we proberen te zwemmen zonder geluid te maken.
Ik ben benieuwd!



dinsdag 5 maart 2013

Palmbomen snoeien.

Onze tuin aan de Gang Bintang in Lovina is een lustoord.
Dat schreef ik al vaker.
Hij is 600m2 groot en ommuurd.  Dat is wel veilig maar ook wel jammer vanwege het uitzicht.
Willen we de rijstbouw volgen dan moeten we naar boven op het dakterras.


Dat doen we dan ook regelmatig.
Zowel beneden als boven hangt er een grote fan en door die aan te doen heb je weinig last van de muggen.  Die houden niet van tocht.
In de afgelopen maanden hebben we in onze tuin hele trossen bananen zien groeien, ook gegeten.
We gebruiken de verse serehstengels als bbq-pen voor de sate lili en eten ananas uit eigen tuin.  Heerlijk.
En dan hebben we ook nog een overvloed aan papaja's die Pim iedere morgen door de yoghurt doet en mango's van de buren.

Het onderhoud van de tuin wordt verzorgd door Putu.
Iedere morgen zuigt hij het zwembad,
doet een testje met het water,
voegt eventueel wat chemicaliën toe
en werkt dan nog enkele uren in de tuin.

Plantjes uitdunnen, ontkruid verwijderen.
Potten water geven.
Altijd wel iets te doen!

De afgelopen week was zgn. jungledag.
Dan komt er een meneer uit de kampong die in bomen kan klimmen en de palmbomen van de onderste takken ontdoet. Bovendien hadden we gevraagd of de kokosnoten uit de boom verwijderd konden worden. Je zult er maar één op je kop krijgen. 

We hebben er eens één zien vallen op een teakhouten zonnebed en de kokosnoot ging wel dwars door het hout van het bed heen.  Dat moeten we niet hebben, zeker niet met de kleintjes van Egbert en de kinderen van Elsa die hier ook af en toe komen zwemmen.      

De bomen-klim-meneer klom behendig langs de kale stam naar boven.
Hij omarmde de stam stevig, zette zijn voeten haaks met de voetzool op de stam en klom zo naar boven. Daar werd het gemakkelijker want daar kon hij zich vasthouden aan de onderste takken.
Om zijn middel had hij een soort stoffen centuur waarin een groot, vervaarlijk zakmes.

Met dat mes kapte hij de takken en de
kokosnoten los die met een plof op het gazon vielen.
Alle onderste takken werden verwijderd.  

Ons uitzicht lijkt een stuk ruimer, ook mooier geworden.



Pura Maduwe Karang

In het begin van de twintigste eeuw kwam de heer W.O.J. Nieuwenkamp naar Bali en bracht uit Nederland zijn fiets mee.  Hij was antropoloog en kunstenaar en leefde van  1874 tot 1950.
Hij verkende in het begin van de twintigste eeuw het eiland op de fiets.
Het was waarschijnlijk voor het eerst dat de bewoners van Bali een fiets zagen.
En dan bovendien  nog een man óp die fiets die voorbij reed.  Ze waren er zo van onder de indruk denk ik dat bij de bouw van een nieuwe tempel zij ook een relief van deze meneer op de fiets opnamen in het voetstuk van de tempel.  Zelfs zijn achterwiel in de vorm van een lotusbloem.

Wij hadden erover gelezen in een boekje en nieuwsgierig als we zijn besloten we te gaan kijken toen we toch zoals vrijwel iedere vrijdag naar Singaradja gingen voor de Carrefour-boodschappen.  Voor de goede orde: bij de Carrefour koop je die boodschappen die je op de pasar in het dorp niet vindt.  B.v croissantjes, bruin brood, stukje kaas, mayonaise, peterselie, zure room e.d.  Tsja, we vinden nog altijd ons eigen sausje bij de gegrilde garnalen het lekkerst en dan hebben we peterselie en zure room nodig.


We reden dus langs de kustweg richting Singaradja en dan verder naar het Noorden via  Kubutambahan naar Bukti.  Daar zou ook een mooie villa te huur zijn had men ons verteld.
Die villa was er inderdaad, zelfs meerdere,  maar ze lagen alle in the middle of nowhere, om het maar eens in goed Nederlands uit te drukken en dat vonden we toch te afgelegen om lange tijd door te brengen. Dus weer terug op zoek naar de tempel Pura Maduwe Karang.
Geen straf want de weg levert prachtige vergezichten op over de Bali zee.
Ongeveer 1 km. voor de afslag naar Kintamani vind je de tempel.
Hij heet Pura Maduwe Karang.
Madu is honing, ook tweede vrouw en karang betekent klip of koraal.
Dus de naam snap ik niet zo goed.

De tempel is gewijd aan de god van de velden. 
Het is een echt mannelijke tempel met veel erotische taferelen.
Deze god van de landbouwvelden is de mannelijke tegenhanger van de rijstgodin Dewi Sri, die over de vruchtbaarheid waakt. 
Aan haar is de tempel Pura Beji, niet ver hier vandaan gewijd.
Om de god van de velden gunstig te stemmen hebben de gelovigen het heiligdom met fraaie gebeeldhouwde stenen ornamenten verrijkt. De muur om het complex is versierd met 34 sculpturen, uiteenlopend van heksen en demonen tot helden uit het Ramayana epos.
De twee binnenplaatsen van het complex liggen niet zoals meestal achter elkaar maar zijn in elkaar geschoven, de grote binnenplaats omsluit de kleine. Na wat zoeken vonden we inderdaad het relief van de heer Nieuwenkamp op zijn fiets.  Grappig om te zien tussen al die andere goden.



We wandelden wat over het tempelcomplex en kochten lekkere koekjes en een flesje water aan de overkant.  Eigenlijk wilden we ook nog even naar tempel Beji van rijstgodin Dewi Sri maar de lucht werd al maar donkerder en we vreesden een stortbui.
Gelukkig waren we net in de Carrefour toen de douche werd opengedraaid.
Na het doen van de boodschappen reden we in een stralende zon weer terug naar Lovina.
Na regen komt zonneschijn, luidt een bekend gezegde.
In Vinkeveen moeten we soms dagen wachten op die zon, hier is hij er meteen weer.
Heerlijk is dat.
Dat en nog veel meer maakt het leven hier zo prettig!

zondag 3 maart 2013

RIA


Vandaag, 3 maart is de sterfdag van mijn schoonzus Ria Immink.


Vijf jaar geleden overleed ze aan de gevolgen van niet te genezen melanoomkanker.
Ik herinner me die maandag nog goed.
Met veel familieleden waren we in het ziekenhuis.
Ik zat met Mieke, haar oudste zus lange tijd aan haar bed.
Rond het middaguur ruilde ze deze wereld voor een andere.
Een indrukwekkend afscheid volgde.  


Ik heb veel herinneringen aan haar.
Er zijn dagen waarop ik haar mis.
Met name op familiedagen zoals moederdag, kerst en verjaardagen.
Ze genoot intens van ieders aanwezigheid op dit soort dagen, luisterde goed naar ieders verhaal!
Stelde verrassende vragen.
En had ook zelf altijd een boeiend verhaal.

Ze is er al vijf jaar niet meer maar eigenlijk is ze er altijd.
Met name op die familiedagen.
Ik zal haar nooit vergeten.